Titel 9. Appartementsrechten
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 106
1.
Een eigenaar, erfpachter of opstaller is bevoegd zijn
recht op een gebouw met toebehoren en op de daarbij
behorende grond met toebehoren te splitsen in
appartementsrechten.
2.
Een eigenaar, erfpachter of opstaller is eveneens
bevoegd zijn recht op een stuk grond te splitsen in
appartementsrechten.
3.
Een appartementsrecht is op zijn beurt voor splitsing in
appartementsrechten vatbaar. Een appartementseigenaar is
tot deze ondersplitsing bevoegd, voor zover in de akte
van splitsing niet anders is bepaald.
4.
Onder appartementsrecht wordt verstaan een aandeel in de
goederen die in de splitsing zijn betrokken, dat de
bevoegdheid omvat tot het uitsluitend gebruik van
bepaalde gedeelten van het gebouw die blijkens hun
inrichting bestemd zijn of worden om als afzonderlijk
geheel te worden gebruikt. Het aandeel kan mede omvatten
de bevoegdheid tot het uitsluitend gebruik van bepaalde
gedeelten van de bij het gebouw behorende grond. In het
geval van lid 2 omvat het aandeel de bevoegdheid tot het
uitsluitend gebruik van bepaalde gedeelten van het stuk
grond, die blijkens hun inrichting of aanduiding bestemd
zijn of worden om als afzonderlijk geheel te worden
gebruikt.
5.
Onder appartementseigenaar wordt verstaan de gerechtigde
tot een appartementsrecht.
6.
Onder gebouw wordt in deze titel mede verstaan een groep
van gebouwen die in één splitsing zijn betrokken.
7.
Een erfpachter of opstaller is tot een splitsing in
appartementsrechten slechts bevoegd na verkregen
toestemming van de grondeigenaar. Indien deze de
vereiste toestemming kennelijk zonder redelijke grond
weigert of zich niet verklaart, kan de toestemming op
verzoek van degene die haar behoeft worden vervangen
door een machtiging van de kantonrechter van de
rechtbank van het arrondissement waarin het gebouw of
het grootste gedeelte daarvan is gelegen.
Artikel 107
Een eigenaar, erfpachter of opstaller
is ook bevoegd in verband met een door hem beoogde stichting
of gewijzigde inrichting van een gebouw zijn recht op het
gebouw met toebehoren en de daarbij behorende grond met
toebehoren te splitsen in appartementsrechten. Ook in geval
van zodanige splitsing ontstaan de appartementsrechten op
het tijdstip van inschrijving van de akte van splitsing.
Artikel 108
1.
De appartementseigenaars zijn jegens elkander verplicht
de bouw, de inrichting van het gebouw of de inrichting
of aanduiding van de grond tot stand te brengen en in
stand te houden in overeenstemming met het daaromtrent
in de akte van splitsing bepaalde.
2.
De rechter kan de uitspraak op een vordering, gegrond op
het vorige lid, aanhouden wanneer een op artikel 144 lid
1 onder c, d of h gegrond verzoek
aanhangig is.
Artikel 109
1.
De splitsing geschiedt door een daartoe bestemde
notariële akte, gevolgd door inschrijving van die akte
in de openbare registers.
2.
Aan de minuut van de akte van splitsing wordt een
tekening gehecht, aangevende de begrenzing van de
onderscheidene gedeelten van het gebouw en de grond, die
bestemd zijn als afzonderlijk geheel te worden gebruikt
en waarvan volgens de akte het uitsluitend gebruik in
een appartementsrecht zal zijn begrepen. De tekening
dient te voldoen aan de eisen, krachtens de wet bedoeld
in artikel 16 lid 2 van Boek 3 voor de inschrijving
daarvan te stellen.
3.
Waar in de bepalingen van deze titel wordt gesproken van
de akte van splitsing, is hieronder de tekening
begrepen, tenzij uit de bepaling het tegendeel blijkt.
Artikel 110
1.
Ondanks onbevoegdheid van degene die de splitsing heeft
verricht, om over een daarin betrokken registergoed te
beschikken, is de splitsing geldig, indien zij is
gevolgd door een geldige overdracht van een
appartementsrecht of vestiging van een beperkt recht op
een appartementsrecht.
2.
Een ongeldige splitsing wordt eveneens als geldig
aangemerkt, wanneer een appartementsrecht is verkregen
door verjaring.
Artikel 111
De akte van splitsing moet inhouden:
a. de vermelding van de
plaatselijke ligging van het gebouw of de grond;
b. een nauwkeurige
omschrijving van de onderscheiden gedeelten van het
gebouw of de grond, die bestemd zijn om als
afzonderlijk geheel te worden gebruikt, welke
omschrijving kan plaatsvinden door verwijzing naar
de in artikel 109 lid 2 bedoelde tekening, alsmede
de vermelding voor elk dier gedeelten, tot welk
appartementsrecht de bevoegdheid tot gebruik daarvan
behoort;
c. de kadastrale aanduiding
van de appartementsrechten en de vermelding van de
appartementseigenaar;
d. een reglement, waartoe
geacht worden te behoren de bepalingen van een
nauwkeurig aangeduid modelreglement dat is
ingeschreven in de openbare registers ter plaatse
waar de akte moet worden ingeschreven.
Artikel 112
1.
Het reglement moet inhouden:
a. welke schulden en kosten
voor rekening van de gezamenlijke
appartementseigenaars komen;
b. een regeling omtrent een
jaarlijks op te stellen exploitatierekening, lopende
over het voorafgaande jaar, en de door de
appartementseigenaars te storten bijdragen;
c. een regeling omtrent het
gebruik, het beheer en het onderhoud van de
gedeelten die niet bestemd zijn om als afzonderlijk
geheel te worden gebruikt;
d. door wiens zorg en tegen
welke gevaren het gebouw ten behoeve van de
gezamenlijke appartementseigenaars moet worden
verzekerd;
e. de oprichting van een
vereniging van eigenaars, die ten doel heeft het
behartigen van gemeenschappelijke belangen van de
appartementseigenaars, en de statuten van de
vereniging.
2.
De statuten van de vereniging van eigenaars moeten
bevatten:
a. de naam van de vereniging
en de gemeente waar zij haar zetel heeft. De naam
van de vereniging moet aanvangen met de woorden:
"Vereniging van Eigenaars", hetzij voluit
geschreven, hetzij afgekort tot "V. v. E.", en
voorts melding maken van de ligging van het gebouw
of de grond;
b. het doel van de vereniging;
c. een regeling omtrent door
de appartementseigenaars periodiek, tenminste
jaarlijks, aan de vereniging verschuldigde
bijdragen;
d. de wijze van bijeenroeping
van de vergadering van eigenaars en de bepaling van
het aantal stemmen dat ieder der
appartementseigenaars in de vergadering kan
uitbrengen.
3.
Het reglement kan een regeling inhouden, krachtens welke
aan alle of bepaalde appartementsrechten mede verbonden
is het lidmaatschap van een andere, nader in het
reglement omschreven vereniging of coöperatie, voor
zover dit lidmaatschap in overeenstemming is met de
statuten van die vereniging of coöperatie.
4.
Het reglement kan inhouden een regeling omtrent het
gebruik, het beheer en het onderhoud van de gedeelten
die bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden
gebruikt. Een zodanige regeling kan inhouden dat de
vergadering van eigenaars bevoegd is een
appartementseigenaar of degene die zijn rechten
uitoefent, om nader in het reglement aangegeven
gewichtige redenen het gebruik van deze gedeelten te
ontzeggen.
Artikel 113
1.
De aandelen die door de splitsing in appartementsrechten
ontstaan, zijn gelijk, tenzij bij de akte van splitsing
een andere verhouding is bepaald. In het laatste geval
blijkt uit de akte op welke grondslag die verhouding
berust.
2.
In de schulden en kosten die ingevolge de wet of het
reglement voor rekening van de gezamenlijke
appartementseigenaars komen, moeten zij onderling en
jegens de vereniging van eigenaars voor elk
appartementsrecht een gelijk deel bijdragen, tenzij
daarvoor bij het reglement een andere verhouding is
bepaald.
3.
Indien de appartementseigenaars voor een in het vorige
lid genoemde schuld jegens de schuldeisers gezamenlijk
aansprakelijk zijn en de verschuldigde prestatie
deelbaar is, zijn zij ieder verbonden voor een deel, in
de verhouding bedoeld in het vorige lid.
4.
Indien de appartementseigenaars voor een in lid 2
genoemde schuld gezamenlijk aansprakelijk zijn, is de
vereniging voor die schuld hoofdelijk verbonden.
5.
Voor de schulden der vereniging zijn zij die
appartementseigenaar waren ten tijde van het ontstaan
van de schuld, met de vereniging hoofdelijk verbonden,
en wel, indien de prestatie deelbaar is, ieder voor een
deel in de verhouding bedoeld in lid 2.
Artikel 114
1.
Rust op het ogenblik van de inschrijving van de akte van
splitsing een hypotheek, een beslag of een voorrecht op
alle in de splitsing betrokken registergoederen, dan
rust dit verband, beslag of voorrecht van dat ogenblik
af op elk der appartementsrechten voor de gehele schuld.
2.
Rust op het ogenblik van de inschrijving van de akte van
splitsing een hypotheek, een beslag of een voorrecht op
slechts een deel van de registergoederen, dan blijft de
bevoegdheid tot uitwinning van dit deel ondanks de
splitsing bestaan; door de uitwinning wordt met
betrekking tot dat deel de splitsing beëindigd.
3.
Een recht van erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal of
vruchtgebruik, dat op dat ogenblik van de inschrijving
van de akte van splitsing rust op de registergoederen of
een deel daarvan, bestaat daarna ongewijzigd voort.
Artikel 115
1.
Wanneer een recht van erfpacht of opstal in de splitsing
wordt betrokken, wordt de canon of retributie die daarna
opeisbaar wordt, over de appartementsrechten verdeeld in
een verhouding als bedoeld in artikel 113 lid 2.
2.
De vereniging van eigenaars is hoofdelijk verbonden voor
de door een of meer appartementseigenaars verschuldigde
canon of retributie.
Artikel 116
1.
Wanneer een recht van erfpacht of opstal in de splitsing
betrokken is, geldt ter aanvulling van de artikelen 87
leden 2 en 3 en 88 het in de volgende leden bepaalde.
2.
Opzegging van het recht wegens verzuim in de betaling
van de canon of retributie kan slechts geschieden,
wanneer de gehele canon of retributie over twee
achtereenvolgende jaren onbetaald is gebleven.
3.
Rust op een of meer appartementsrechten een beperkt
recht of een beslag dan zijn artikel 87 lid 2, tweede
zin, en artikel 88 lid 2 mede van overeenkomstige
toepassing met betrekking tot dit beperkte recht of dit
beslag.
4.
Is het voor een appartementsrecht verschuldigde deel van
de canon of retributie over de twee achtereenvolgende
jaren onbetaald gebleven, dan kan het appartementsrecht
door de rechter op vordering van de grondeigenaar aan
deze worden toegewezen. De dagvaarding moet op straffe
van niet-ontvankelijkheid binnen acht dagen worden
betekend aan hen die als beperkt gerechtigde of
beslaglegger op het appartementsrecht in de openbare
registers staan ingeschreven.
5.
Door inschrijving in de openbare registers van het
vonnis waarbij de toewijzing is uitgesproken, gaat het
appartementsrecht op de grondeigenaar over en gaan de
daarop rustende beperkte rechten en beslagen teniet.
Deze inschrijving geschiedt niet, voordat het vonnis in
kracht van gewijsde is gegaan. Na deze inschrijving is
de grondeigenaar verplicht de waarde die het
appartementsrecht heeft op het tijdstip van de
inschrijving aan de gewezen appartementseigenaar te
vergoeden, na aftrek van hetgeen hij uit hoofde van de
erfpacht van de gewezen appartementseigenaar te vorderen
heeft, de kosten daaronder begrepen.
6.
In de akte van vestiging kan worden aangegeven op welke
wijze de waarde als bedoeld in het vorige lid zal worden
bepaald.
7.
Ieder beding dat ten nadele van een appartementseigenaar
van dit artikel afwijkt, is nietig.
Artikel 117
1.
Een appartementsrecht kan als een zelfstandig
registergoed worden overgedragen, toegedeeld, bezwaard
en uitgewonnen.
2.
Onverminderd het in artikel 114 lid 2 bepaalde kunnen
goederen die in de splitsing betrokken zijn niet geheel
of voor een deel worden overgedragen, verdeeld, bezwaard
of uitgewonnen.
3.
Beëindiging van de splitsing met betrekking tot een
gedeelte van de in de splitsing betrokken
registergoederen kan slechts geschieden door wijziging
van de akte van splitsing.
4.
In afwijking van lid 2 kunnen in de splitsing betrokken
onroerende zaken door de gezamenlijke
appartementseigenaars belast worden met een
erfdienstbaarheid.
Artikel 118
1.
Een appartementseigenaar kan, voor zover in de akte van
splitsing niet anders is bepaald, zonder medewerking van
de overige appartementseigenaars op het gedeelte van de
onroerende zaken dat bestemd is om als afzonderlijk
geheel door hem te worden gebruikt, een
erfdienstbaarheid vestigen ten behoeve van een ander
gedeelte van die zaken of van een andere onroerende
zaak.
2.
Een appartementseigenaar kan, voor zover in de akte van
splitsing niet anders is bepaald, zonder medewerking van
de overige appartementseigenaars de vestiging van een
erfdienstbaarheid die uitsluitend strekt ten behoeve van
een gedeelte van de onroerende zaken dat bestemd is om
als afzonderlijk geheel door hem te worden gebruikt,
aannemen en van zodanige erfdienstbaarheid afstand doen.
3.
De in dit artikel bedoelde erfdienstbaarheden gaan
teniet, wanneer de bevoegdheid tot uitsluitend gebruik
van het gedeelte dat met de erfdienstbaarheid is belast
of ten behoeve waarvan de erfdienstbaarheid is bedongen
eindigt.
Artikel 118a
1.
Een appartementseigenaar kan, voor zover in de akte van
splitsing niet anders is bepaald, zonder medewerking van
de overige appartementseigenaars en beperkt gerechtigden
op het gedeelte van de onroerende zaken dat bestemd is
om als afzonderlijk geheel door hem te worden gebruikt,
een recht van erfpacht en, behoudens voor zover het
betreft in de splitsing betrokken gebouwen, werken en
beplantingen, een recht van opstal vestigen.
2.
In de akte van vestiging van het recht wordt bepaald in
hoeverre de gerechtigde naast de appartementseigenaar
hoofdelijk aansprakelijk is voor de ter zake van het
appartementsrecht verschuldigde bijdragen.
3.
Tenzij bij de vestiging van het recht van erfpacht
anders wordt bepaald, wordt het aan een
appartementsrecht verbonden stemrecht in de vergadering
van eigenaars uitgeoefend door de erfpachter. Tenzij bij
de vestiging van het recht van opstal anders wordt
bepaald, behoudt de appartementseigenaar die een recht
van opstal heeft gevestigd, het aan zijn
appartementsrecht verbonden stemrecht in de vergadering
van eigenaars.
Artikel 119
1.
Een appartementseigenaar mag zonder toestemming van de
overige appartementseigenaars in een gedeelte dat
bestemd is om als afzonderlijk geheel door hem te worden
gebruikt, veranderingen aanbrengen, mits deze geen
nadeel aan een ander gedeelte toebrengen. Van hetgeen
hij bij een geoorloofde verandering wegneemt wordt hij
enig eigenaar.
2.
Hij is verplicht de vereniging van eigenaars onverwijld
van een verandering kennis te geven. Leidt de
verandering tot een wijziging van de verzekeringspremie,
dan komt het verschil voor rekening van hem en zijn
rechtsopvolgers.
3.
Blijkt ten gevolge van een verandering de waarde van de
in de splitsing betrokken goederen bij de opheffing van
de splitsing te zijn verminderd, dan wordt hiermede, ook
al was de verandering geoorloofd, bij de verdeling van
de gemeenschap rekening gehouden ten laste van hem die
de verandering heeft aangebracht of zijn rechtsopvolger.
4.
Bij het reglement kan van dit artikel worden afgeweken
en kunnen voor de toepassing van lid 2 wijzigingen in de
wijze van gebruik met veranderingen worden
gelijkgesteld.
Artikel 120
1.
Onverminderd het in artikel 112 lid 4 bepaalde is een
appartementseigenaar bevoegd het gedeelte dat bestemd is
om als afzonderlijk geheel door hem te worden gebruikt,
zelf te gebruiken of aan een ander in gebruik te geven,
met inbegrip van het hem toekomende medegebruik van de
gedeelten die niet bestemd zijn om als afzonderlijk
geheel te worden gebruikt.
2.
Voorschriften van het reglement omtrent gebruik, beheer
en onderhoud zijn ook van toepassing op degeen die het
gebruik verkrijgt. Andere bepalingen van het reglement
kunnen in het reglement op de gebruiker van toepassing
worden verklaard.
3.
Ten aanzien van een huurder geldt een na het tot stand
komen van de huurovereenkomst ingeschreven
reglementsbepaling niet, tenzij hij daarin heeft
toegestemd. Weigert hij zijn toestemming of verklaart
hij zich niet, dan kan de kantonrechter van de rechtbank
van het arrondissement waarin het gebouw of het grootste
deel daarvan is gelegen, op verzoek van iedere
appartementseigenaar beslissen dat de reglementsbepaling
ten aanzien van de huurder komt te gelden.
4.
Na opheffing van de splitsing zijn de gerechtigden tot
de goederen die in de splitsing waren betrokken,
verplicht een verhuur gestand te doen, mits de tijd van
de verhuur in overeenstemming is met het plaatselijk
gebruik en de verhuur niet op ongewone, voor hen
bezwarende voorwaarden is geschied.
Artikel 121
1.
In alle gevallen waarin een appartementseigenaar voor
het verrichten van een bepaalde handeling met betrekking
tot de gedeelten die niet bestemd zijn als afzonderlijk
geheel gebruikt te worden en, in het geval van een
beding als bedoeld in artikel 112 lid 4, met betrekking
tot gedeelten die bestemd zijn als afzonderlijk geheel
gebruikt te worden, medewerking of toestemming behoeft
van een of meer andere appartementseigenaars, van de
vereniging van eigenaars of van haar organen, of waarin
de vereniging of haar organen voor het verrichten van
zodanige handeling toestemming behoeven van een of meer
appartementseigenaars, kan die medewerking of
toestemming op verzoek van degeen die haar behoeft,
worden vervangen door een machtiging van de
kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement
waarin het gebouw of het grootste gedeelte daarvan is
gelegen. De machtiging kan worden verleend, indien de
medewerking of toestemming zonder redelijke grond wordt
geweigerd of degene die haar moet geven zich niet
verklaart.
2.
Gaat de handeling met kosten gepaard, dan kan de
kantonrechter op verzoek van een appartementseigenaar of
van de vereniging van eigenaars tevens bepalen in welke
verhouding alle of bepaalde appartementseigenaars of de
vereniging van eigenaars in de kosten moeten bijdragen.
3.
Betreft het de aanbrenging van een nieuw werk of nieuwe
installatie, dan kan de kantonrechter desverzocht ook
een regeling vaststellen, bepalende dat en in welke
verhouding de appartementseigenaars van alle of bepaalde
appartementsrechten de kosten van onderhoud van het werk
of de installatie in de toekomst zullen dragen.
Artikel 122
1.
Overgang onder bijzondere titel of toedeling van een
appartementsrecht omvat, voor zover niet anders is
bepaald, mede de als appartementseigenaar verkregen
rechten.
2.
Na de overgang of toedeling moet de verkrijger
onverwijld schriftelijk aan de vereniging van eigenaars
mededeling doen van zijn verkrijging.
3.
Voor de ter zake van het verkregene verschuldigde
bijdragen die in het lopende of het voorafgaande
boekjaar opeisbaar zijn geworden of nog zullen worden,
zijn de verkrijger en de vroegere appartementseigenaar
hoofdelijk aansprakelijk.
4.
In het reglement kan worden bepaald in hoeverre voor
bijdragen, genoemd in het vorige lid, alleen de vroegere
eigenaar of alleen de verkrijger aansprakelijk zal zijn.
In het reglement kan ook worden bepaald dat voor
bepaalde bijdragen die later opeisbaar worden de
vroegere appartementseigenaar in plaats van de
verkrijger verbonden zal zijn.
5.
De notaris draagt zorg dat aan de akte van overdracht of
toedeling een door het bestuur van de vereniging van
eigenaars afgegeven verklaring wordt gehecht, die met
betrekking tot de in lid 3 genoemde bijdragen waarvoor
de verkrijger aansprakelijk zal zijn, een opgave inhoudt
van hetgeen de betrokken appartementseigenaar op de dag
van de overdracht of toedeling aan de vereniging
schuldig is. De verkrijger is jegens de vereniging niet
verder aansprakelijk dan tot het bedrag dat uit de
opgave blijkt.
6.
De verklaring houdt tevens een opgave in van de omvang
van het reservefonds van de vereniging, bedoeld in
artikel 126 lid 1.
Artikel 123
1.
In geval van vruchtgebruik van een appartementsrecht
treedt de vruchtgebruiker in de plaats van de
appartementseigenaar ten aanzien van de
aansprakelijkheid voor de gezamenlijke schulden en de
aan de gezamenlijke appartementseigenaars en de
vereniging van eigenaars verschuldigde bijdragen. De
vruchtgebruiker is echter bevoegd de door hem betaalde
bedragen, voor zover zij niet betrekking hebben op de
gewone lasten en herstellingen, bij het einde van het
vruchtgebruik van de appartementseigenaar terug te
vorderen.
2.
Wanneer de appartementseigenaar schulden of bijdragen
als bedoeld in lid 1 heeft voldaan, kan hij van de
vruchtgebruiker vorderen dat deze hem de betaalde
bedragen, vermeerderd met de rente vanaf de dag der
betaling, teruggeeft voor zover zij op gewone lasten en
herstellingen betrekking hebben. Van de andere door de
appartementseigenaar betaalde bedragen is de
vruchtgebruiker slechts de rente van de dag der betaling
tot het einde van het vruchtgebruik verschuldigd.
3.
Tenzij bij de instelling van het vruchtgebruik anders
wordt bepaald wordt het aan een appartementsrecht
verbonden stemrecht in de vergadering van eigenaars
uitgeoefend door de vruchtgebruiker.
4.
Artikel 122 is van overeenkomstige toepassing bij de
vestiging, bij overdracht en bij het einde van het
vruchtgebruik van een appartementsrecht.
Afdeling 2. De vereniging van
eigenaars
Artikel 124
1.
De vereniging van eigenaars is een rechtspersoon.
2.
Titel 1 van Boek 2 is van toepassing behoudens de
artikelen 4, 6, 13 lid 2, 17, 18, 19 leden 1-3, lid 4,
tweede zin, lid 6, tweede zin, en lid 7, 20, 21 en 22 en
met inachtneming van de in de volgende artikelen van de
onderhavige titel aangegeven afwijkingen.
3.
Titel 2 van Boek 2 is slechts van toepassing voor zover
de onderhavige afdeling daarnaar verwijst.
Artikel 125
1.
Aan de vergadering van eigenaars komen in de vereniging
alle bevoegdheden toe, die niet door wet of statuten aan
andere organen zijn opgedragen.
2.
Iedere appartementseigenaar is van rechtswege lid van de
vereniging van eigenaars. Wanneer een lid ophoudt
appartementseigenaar te zijn, eindigt zijn lidmaatschap
van rechtswege.
3.
Artikel 40 lid 2 van Boek 2 is van toepassing.
Artikel 126
1.
De vereniging van eigenaars voert het beheer over de
gemeenschap, met uitzondering van de gedeelten die
bestemd zijn als afzonderlijk geheel te worden gebruikt.
De vereniging houdt een reservefonds in stand ter
bestrijding van andere dan de gewone jaarlijkse kosten.
2.
De vereniging kan binnen de grenzen van haar bevoegdheid
de gezamenlijke appartementseigenaars in en buiten
rechte vertegenwoordigen.
3.
De vereniging ziet toe op de nakoming van de
verplichtingen die voor de appartementseigenaars uit het
bij of krachtens de wet en het reglement bepaalde jegens
elkander voortvloeien en kan te dien einde in rechte
tegen hen optreden. Onder appartementseigenaars wordt
hier begrepen hij die een gebruiksrecht aan een
appartementseigenaar ontleent.
Artikel 127
1.
Alle appartementseigenaars hebben toegang tot de
vergadering van eigenaars. De besluiten worden genomen
bij volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen,
voor zover de statuten niet anders bepalen.
2.
Tenzij de statuten anders bepalen, wordt de voorzitter
van de vergadering van eigenaars door de vergadering uit
de leden der vereniging benoemd. Zowel de voorzitter als
het bestuur van de vereniging zijn bevoegd de
vergadering bijeen te roepen.
3.
In geval van ondersplitsing komen de stemmen van de
appartementseigenaar wiens recht is gesplitst, toe aan
de gerechtigden tot de door de ondersplitsing ontstane
appartementsrechten. Deze stemmen worden in de
vergadering van eigenaars uitgebracht door het bestuur
van de bij de ondersplitsing opgerichte vereniging van
eigenaars. De stemmen behoeven niet eensluidend te
worden uitgebracht. De gerechtigden tot de door de
ondersplitsing ontstane appartementsrechten zijn bevoegd
de vergadering van eigenaars bij te wonen. Het bestuur,
bedoeld in de tweede zin, is bevoegd om in de
vergadering het woord te voeren.
Artikel 128
1.
De vergadering van eigenaars is bevoegd regels te
stellen betreffende het gebruik van de gedeelten die
niet bestemd zijn als afzonderlijk geheel te worden
gebruikt, voor zover het reglement daarover geen
bepalingen bevat.
2.
Iedere appartementseigenaar kan een gebruiker vragen te
verklaren of hij bereid is een in het vorige lid
bedoelde regel na te leven. Is de gebruiker daartoe niet
bereid of verklaart hij zich niet, dan kan de
kantonrechter binnen wiens rechtsgebied het gebouw of
het grootste gedeelte daarvan is gelegen, op verzoek van
iedere appartementseigenaar beslissen dat de regel ten
aanzien van de gebruiker komt te gelden.
Artikel 129
1.
Voor de toepassing van artikel 14 van Boek 2 wordt de
akte van splitsing gelijkgesteld met de statuten.
2.
Voor de toepassing van artikel 15 lid 1 onder c
van Boek 2 geldt het reglement dat krachtens artikel 111
onder d deel van de akte van splitsing uitmaakt,
niet als een reglement.
Artikel 130
1.
In afwijking van artikel 15 lid 3 van Boek 2 geschiedt
de vernietiging van een besluit van een orgaan van de
vereniging van eigenaars door een uitspraak van de
kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement
waarin het gebouw of het grootste gedeelte daarvan is
gelegen, op verzoek van degene die de vernietiging
krachtens dit lid kan vorderen.
2.
Het verzoek tot vernietiging moet worden gedaan binnen
een maand na de dag waarop de verzoeker van het besluit
heeft kennis genomen of heeft kunnen kennis nemen.
3.
De verzoeker, alle andere stemgerechtigden en de
vereniging van eigenaars worden bij name opgeroepen om
op het verzoek te worden gehoord. Hoger beroep kan
slechts worden ingesteld binnen een maand na de
dagtekening der eindbeschikking.
4.
De rechter voor wie het verzoek aanhangig is, is bevoegd
het besluit te schorsen totdat op het verzoek
onherroepelijk is beslist.
Artikel 131
1.
Het bestuur van de vereniging wordt gevormd door één
bestuurder, tenzij de statuten bepalen dat er twee of
meer zullen zijn. In het laatste geval wordt de
vereniging, voor zover in de statuten niet anders is
bepaald, tegenover derden door ieder der bestuurders
vertegenwoordigd.
2.
Het bestuur wordt door de vergadering van eigenaars, al
dan niet uit de leden, benoemd en kan te allen tijde
door haar worden geschorst of ontslagen. Een
veroordeling tot herstel van de dienstbetrekking tussen
de vereniging en een bestuurder kan door de rechter niet
worden uitgesproken.
3.
Voor zover de statuten niet anders bepalen, beheert het
bestuur de middelen der vereniging en draagt het zorg
voor de tenuitvoerlegging van de besluiten van de
vergadering van eigenaars.
4.
Bij besluit van de vergadering van eigenaars kan van het
vorige lid worden afgeweken en kunnen aan het bestuur
aanwijzingen met betrekking tot de uitoefening van zijn
taak worden gegeven. Deze besluiten kunnen niet worden
ingeroepen tegen de wederpartij, tenzij zij haar bekend
waren of behoorden te zijn.
Artikel 132
De appartementseigenaars en de
gebruikers van de voor het gebruik als afzonderlijk geheel
bestemde gedeelten zijn verplicht een bestuurder en door hem
aan te wijzen personen toegang tot die gedeelten te
verschaffen, wanneer dit voor de vervulling van de taak van
het bestuur noodzakelijk is.
Artikel 133
1.
Bij belet of ontstentenis van het bestuur wordt dit
vervangen door de voorzitter van de vergadering van
eigenaars, tenzij in de statuten of door de vergadering
een andere voorziening is getroffen.
2.
In gevallen waarin de vereniging of de gezamenlijke
appartementseigenaars een belang hebben, tegenstrijdig
met dat van een bestuurder, treedt de voorzitter van de
vergadering van eigenaars bij belet of ontstentenis van
andere bestuurders eveneens in de plaats van het
bestuur.
Artikel 134
1.
Exploiten en kennisgevingen, gericht tot de gezamenlijke
appartementseigenaars, kunnen aan de persoon of de
woonplaats van een bestuurder van de vereniging worden
gedaan; zij behoeven dan niet de namen en de
woonplaatsen van de appartementseigenaars te bevatten.
2.
De bestuurder deelt de appartementseigenaars onverwijld
de inhoud van het exploit of de kennisgeving mede.
Artikel 135
De artikelen 45 lid 4 en 48 van Boek 2
zijn van toepassing.